Planten en dieren in en om Purmerend
Weblog van Simon Pepping
Toen ik in het Twiske bij de Blokken kwam, werd mijn aandacht
meteen getrokken door het rijk bloeiende Leverkruid. Het staat overal,
aan de rand, op de dijk en in het bos. En er staat er heel veel van,
zoveel dat dit terrein wel het Leverkruidbos genoemd kan
worden. Ertussenin staan velden met helgeel bloeiende Late
Guldenroede, een prachtige combinatie. Op de dijk bloeit ook veel
Jakobskruidkruid; het maakt een bescheidener indruk doordat de bloemen
niet zo dicht op elkaar staan en het geel wat gedekter is. Op veel
plekken staat het Vlooienkruid in bloei, een kleinere plant met
geelbruine, een beetje Margrietachtige bloemen. Op enkele plaatsen
staat daar tussen de Wilde Bertram, een bescheiden plantje met witte
bloemetjes. Zie de fotos.
Er zijn ook twee natte graslanden, met veel Kattestaart, met
felpaars bloeiende aren. Het is bijna uitgebloeid. Waar het nat is
bloeit ook de bescheiden Watermunt, met paarsroze bloempjes in
bolletjes gerangschikt.
Vroeg in het seizoen hebben hier Damastbloemen gebloeid, een opvallende
verschijning. Ook de Grote Springbalsemien heeft hier gebloeid en
bloeit nog, maar er staat niet zoveel van.
De rijke kruidenbloei is mede te danken aan de Hooglanderkoeien die
hier al meer dan tien jaar grazen. Ik was daar nooit zo blij mee. Ze
maakten het bos hol, van boven boomkruinen, van onder leeg: geen lage
takken, geen jonge boompjes en geen struiken. Maar nu is die leegte
ingenomen door de ruigtkruiden, vooral het Leverkruid. Ook de
Duindoorns, die hier nog altijd in groten getale staan, profiteren
ervan dat de koeien het terrein enigszins openhouden.
Hier en daar staan toch dichte bossages met Wilgestruiken en Rode
Kornoeljes. Deze zijn de koeien ontgroeid. De koeien konden of wilden
ze blijkbaar niet opeten. Op het grasland aan de zuidkant van de
Blokken, waar de koeien vaak verblijven, zijn een aantal flinke Wilgen
de koeien op dezelfde manier ontgroeid.
Vlinders hebben bloeiende kruiden op zonnige luwe plekken
nodig. Die zijn hier wel. Ik zag vooral vlinders in een zonnige rand
tegenover het grootste natte grasland: een aantal Koolwitjes, Bruine
en Bonte Zandoogjes, een Landkaartje en Stippelmotjes. De rupsen van
de laatste eten in het voorjaar hele struiken kaal, kort nadat ze in
blad gekomen zijn. Ik had niet gedacht dat de Stippelmotjes zo lang in
het seizoen zouden doorvliegen. Op de bloemen zaten ook veel andere
insekten: vliegen, zweefvliegen, bijen en hommels.
De Blokken heeft mij verrast. Het ziet er op dit moment prachtig
uit, met zijn kleurige rijke bloemenpracht. Het inzetten van koeien
heeft in dit opzicht een goed resultaat opgeleverd.
9 Augustus 2008
Bloeiende ruigtkruiden:
de volheid van de zomer
Begin april is alles nog kaal, en komt de groei op gang. Eind april
staan de struiken en veel bomen in blad. Eind mei zijn de grassen hoog
opgeschoten, en hebben veel planten hun bloei alweer bijna
voltooid. Eind juni zijn de bermen alweer gemaaid. De zomer lijkt hard
te gaan. Maar de ruige vegetaties, vooral de natte, met Riet, hebben
een langzamer tempo. Het Riet bereikt pas in juli zijn volledige
hoogte, en gaat dan pas bloeien. Ook veel hoge kruiden zijn dan pas
klaar voor een rijke bloei.
En nu is het dan zover. Vlak voordat de zomer eindigt, is hij op
zijn volst. Overal bloeit het Leverkruid met roze
bloempluimen. Officieel heet deze plant Koninginnekruid. Zijn
bloemschermen zijn een goede plek voor zweefvliegen, bijen, hommels en
vlinders om nektar te halen. Op veel plaatsen bloeit daar de Late
Guldenroede tussendoor, in grote groepen met fel gele bloemen. Hij is
nog aantrekkelijker voor nektar halende insekten. Waar deze planten
niet staan, staat vaak het Knikkend Wilgeroosje, met felpaarse
pluimen. Maar die zijn al grotendeels uitgebloeid, en zitten vol met
zaadpluis. Moerasmelkdistels staan er soms ook. Ze vallen niet zozeer
op door hun lichtgele paardebloemachtige bloemen, maar doordat ze
boven alles uitsteken.
Ertussendoor staan struiken met rijpende bessen: de Lijsterbes laat
zijn zware trossen dieprode bessen hangen, de bessen van de Vlier zijn
nog grotendeels groen, aan de rozenstruiken kleuren de bottels al
oranje en rood, aan de braamstruiken hangen diepzwarte, heerlijk zoete
bramen naast onrijpe groene en rode.
Ik hou van de ruigtes in deze tijd. Dit is het groeiseizoen op zijn
hoogtepunt, de zomer is rijp. Kijk gauw. Midden augustus is de meeste
bloei voorbij, en is er alleen nog maar tijd om rijp zaad te
maken.
9 Augustus 2008
Het rietland in het
Purmer Bos wordt interessant
Achter in het Purmer Bos, tegenover de polder Vurige Staart, ligt
het natuurdeel. De helft daarvan bestaat uit rietland dat al 18 jaar
geen bos wil worden. De afwisselende graslandjes van de begintijd zijn
in de loop der jaren overlopen door het riet, en het geheel was nogal
saai geworden. Zie mijn soortenlijsten op deze
website. Zal het ooit nog bos worden?
Vandaag ben ik er weer eens langs gelopen, en ik was verrast. Het
riet heeft veel plaats moeten afstaan aan ruigtkruiden. Er groeien
Harige Wilgenroosjes, Moerasmelkdistels, Koninginnenkruid, Gewone
Engelwortel, Grote Brandnetels en Akkerdistels in. Er slaan ook steeds
meer struiken op. Vanouds groeiden er een aantal wilgen: Grauwe
Wilgen, Schietwilgen, Amandelwilgen en Katwilgen, vooral rond één van
de meertjes. Op allerlei plaatsen staan nu kleine Vlieren, sommige al
dik beladen met nog onrijpe bessen. Ik zag een Esdoorn, Essen,
Vuilbomen en Vogelkersen. Op één plek staat een flinke groep Rode
Kornoeljes.
Het lange wachten wordt misschien in de komende jaren beloond met
een afwisselender begroeing met struiken en kruiden. Ik ga weer vaker
kijken.
2 Augustus 2008
Een moerasbos in
het Ilperveld
Aan de zuidwest kant van het Ilperveld ligt een stukje
moerasbos. Het is geen eigendom van Landschap Noordholland, en dat is
de reden dat het nog bestaat.
Het een mooi, goed volgroeid moerasbos. Het is ook tamelijk
groot. Zoals dat hoort voor een moerasbos, wordt het gedomineerd door
Berk (Betula sp.) en Grauwe Wilg (Salix cinerea), met
enkele Zwarte Elzen (Alnus glutinosa) ertussen. Het bevat
verscheidene soorten struiken: Sporkehout (Rhamnus frangula),
Vlier (Sambucus nigra), Katwilg (Salix viminalis), een
aantal flinke Veelbloemige Rozen (Rosa multiflora), twee
Gelderse Rozen (Viburnum opulus), één Zweedse Meelbes
(Sorbus intermedia), en één klein struikje van de Zwarte
Appelbes (Aronia x prunifolia). Ik vond één 2 of 3-jarige Eik
(Quercus robur), een nog minieme aanzet tot verdere
bosontwikkeling.
De mooiste vondst was die van een klein groepje Koningsvarens
(Osmunda regalis), met drie vruchtbare bladen, aan de ZO-kant
van het bosje. Aan de andere kant vond ik nog twee mogelijke
exemplaren, maar die kon ik niet goed genoeg waarnemen.
In het beheersplan van Landschap Noordholland wordt vermeld dat dit
bosje nadelig is voor het weidevogelbeheer. Dat zal best; weidevogels
gedijen het best op open weiland. Men gaat met de eigenaar gaat praten
om die schade te verminderen. Hoe? Door het te kappen? Dat zou wel een
heel groot offer zijn voor het weidevogelbeheer. Nee, dat zou helemaal
geen goed natuurbeleid zijn. Dit bosje moet gewoon blijven.
30 Mei 2008
Bloeiende Haagbeuken in
het Purmer Bos
Als je bij de eerste hoofdingang (bij de Wherevogels) het Purmer
Bos inloopt, en bijna doorloopt tot de Middentocht, kom je langs de
mooiste bosrand van het bos. Hier zijn verschillende soorten struiken
en lage bomen aangeplant: Hazelaars, Veldesdoorns, Haagbeuken en
meer. Ze hebben ieder hun eigen groeiwijze, bladeren, bloei en vrucht,
en geven daardoor veel afwisseling aan de begroeiing van deze
strook. In de laatste jaren zijn hier een aantal Populieren omgekapt
om de struiken en boompjes licht en ruimte te geven.
Nu is dit stukje bos extra mooi. De Haagbeuken staan volop in
bloei. Vele jonge bomen zijn volbeladen met grote gele katjes. Zie de
fotos (10 Augustus 2008: fotos verwijderd).
Uiteindelijk zullen de Haagbeuken tot flinke bomen uitgroeien. Ze
vallen dan op doordat de stam niet mooi rond is, maar meer een
kurketrekker-achtige of andere onregelmatige vorm heeft. De bast is
wel mooi glad. Maar ze zijn nu pas bijna 20 jaar oud en dat duurt nog
vele jaren. Bij sommige is het begin van de onregelmatige vorm al te
zien.
In januari, temidden van de stormschade, viel deze rand ook al op,
door de bloeiende Hazelaars. Ze de fotos van de storm (10 Augustus
2008: fotos verwijderd).
1 April 2007
De Storm van 18 januari
in het Purmer Bos
De storm van 18 januari heeft in het Purmer Bos honderden
Populieren geveld. Van bijna alle bomen is de stam op 1 à 2 meter
hoogte gebroken. Van een klein aantal bomen is de wortelkluit omhoog
gekomen. De Eiken en Essen hebben geen zichtbare schade opgelopen. De
fotos geven een indruk van de aanzienlijke verliezen die sommige
velden hebben opgelopen (10 Augustus 2008: fotos verwijderd). Ze laten
ook zien hoe sommige stammen met veel geweld door de storm gebroken
zijn.
Hoe erg is dit nu? Het ziet er soms niet uit: Hele plantvakken zijn
bijna kaal geslagen. Maar dat blijft niet zo. Nu er geen bomen meer
zijn die het licht ondervangen, kunnen er weer kruiden, struiken en
jonge bomen opgroeien. Dat is goed te zien in veld
f in bosvak 5 dat alweer vol staat met Wilgen, Hazelaars en andere
struiken.
Toen de Populieren hier rond 1990 geplant werden waren dit natte
weilanden. Ze zijn hier neergezet als kwartiermakers van het bos. En
dat hebben ze goed gedaan. Nu kunnen andere bomen hun plaats
innemen.
- veld 1b
- Heel veel bomen zijn gebroken. Dit veld heeft de volle
storm gekregen toen die uit het Westen kwam, over de Purmer Zuid en
de voetbalvelden.
- veld 1u
- In dit veld zijn opnieuw veel bomen gebroken. Hier
staan nog maar weinig bomen overeind.
- veld 3a
- Meer dan 10 bomen gebroken. Dit veld heeft de volle
laag gekregen van de storm uit het Zuid-Westen en het Westen.
- veld 5d
- Veel bomen geknakt. Dit veld heeft de volle storm uit
het Zuid-Westen gekregen omdat er in veld 5c nog maar weinig bomen
overeind staan.
- andere
- Ook in allerlei andere velden zijn heel wat bomen
omgegaan.
(De nummering van de velden is overgenomen van een plantvakkenkaart
van Staatsbosbeheer. De terreinen 1, 2 en 3 liggen ten Noord-Oosten
van de Groeneweg. Terrein 1 ligt bij de Purmer Buurt. De terreinen 4,
5 en 6 liggen aan de andere kant van de Groeneweg. Terrein 4 ligt aan
de Zuid-Oost kant van de Westerweg. De terreinen 5 en 6 liggen aan de
andere kant van de Westerweg, grenzend aan de Purmer
Ringvaart. Terrein 5 is het meest Zuid-Westelijke, met de rietvelden
en de moerasbosjes.)
22 Januari 2007
Blauwborst en
Zomertaling in Weidevenne
Toen ik gisteren over de brug van het natuurgebiedje van Weidevenne
fietste, werd mijn aandacht getrokken door enkele melodieuze
trillers. Ik ben een redelijke vogelkenner, en herken de zang van
de meeste broedvogels in onze omgeving. Deze zang kende ik niet. Van
welke vogel kon hij zijn? Een Rietgors was hier op dit moment de
meest waarschijnlijke zanger, maar die zingt duidelijk anders, niet zo
melodieus.
Toen ik mijn kijker richtte op de plaats waar de zang vandaan kwam,
had ik geluk. Midden in beeld zat op een rietstengel een Blauwborst te
zingen. Helder blauwe borst met witte ster, geen vergissing
mogelijk.
Blauwborsten komen tegenwoordig wel vaker in onze omgeving voor. Ik
heb ze de afgelopen jaren gezien in de moerasbosjes van het Purmer Bos
en in het Twiske. Maar hij is toch vrij zeldzaam.
Zo te horen wil deze Blauwborst hier blijven broeden, dat zou leuk
zijn.
Toen ik vanmiddag vanuit zuidelijke richting over de Wormer
Ringdijk langs hetzelfde natuurgebiedje fietste, stopte ik even om te
kijken naar de eenden op het plasje naast de spoorlijn. Het
gebruikelijke spul: Wilde Eenden, Kuifeenden, zelfs een paartje
Wintertaling. En, hé, dat is een verassing, een
Zomertaling. Onmiskenbaar door zijn aparte tekening, vooral de
duidelijke witte oogstreep op de roodbruine kop.
Ik heb nog maar éÂén keer eerder in mijn leven een Zomertaling
gezien, in een slootje in de Zeevang. Zomertalingen zijn tegenwoordig
nogal zeldzaam.
Misschien blijft ook deze zeldzame vogel hier broeden. Maar hij kan
ook op doortrek zijn, en dan is hij morgen misschien alweer
vertrokken.
Een Blauwborst, misschien zelfs een broedgeval, en een Zomertaling,
twee leuke waarnemingen, twee succesjes voor dit natuurgebiedje.
26 Maart 2005
Waar zijn de kikkers van
de Gorssloot?
De Gorssloot is weer schoon. Enkele weken geleden is de bodem van
deze en veel andere stadsgrachten in Purmerend grondig
schoongemaakt. Het resultaat was langs de wallekanten in de stad te
zien: stapels bladafval, takken en stenen die lagen te wachten tot ze
opgehaald zouden worden. Mooi werk van de gemeente. Toch?
Tussen het opgehaalde afval zaten zaken die zeker niet in een
stadsgracht thuis horen, zoals een metalen afvalbak. Om die naar boven
te kunnen halen was de schoonmaak grondig aangepakt. Een haak maalde
flink door de bodem heen om al het afval te vinden. De bagger op de
bodem is goed omgewoeld. Mooi werk van de gemeente. Toch?
Enkele dagen na de schoonmaak misten we iets. De
kikkers in de Gorssloot kwaakten niet meer. Was het kwaakseizoen
voorbij? Nee, elders kwaakten de kikkers nog volop. Was de schoonmaak
van de gracht de oorzaak van de stilte? Wat doet een kikker eigenlijk
als er in zijn omgeving zo tekeer gegaan wordt. Hij zoekt een veilig
plekje op. En dat is in de modder op de bodem van de sloot. Als hij
merkt dat dat vandaag nou juist het minst veilige plekje is, is het al
te laat. Als afval wordt hij opgewoeld en gefilterd. En dat is
misschien wat veel voor een kikker; hij is niet van metaal. Geen mooi
werk van de gemeente. Toch?
Bij de gemeente Purmerend gaan een aantal diensten blijkbaar lustig
hun eigen gang. Enkele jaren geleden moest de beschoeiing van de
Gorssloot vernieuwd worden. De nieuwe situatie werd ontworpen volgens
ekologische principes. De gracht moest niet alleen water voeren en de
oever moest niet alleen op zijn plaats blijven, ze moesten ook
geschikt zijn als leefgebied en verbindingszone voor een gevarieerde
verzameling planten en dieren. Dit jaar moest de bodem geschoond
worden. Er werd een apparaat ingezet dat technisch prachtig
werkt. Waarschijnlijk kan het ook alle fietsen uit de Amsterdamse
grachten opvissen. Maar natuurvriendelijkheid heeft bij het ontwerp
geen rol gespeeld.
Dat de bodem van een stadsgracht met een ekologische doelstelling
ook een natuurlijke leefomgeving is, is de opdrachtgevers van de
schoonmaakbeurt ontgaan. En na de schoonmaakbeurt is de bodem ook geen
natuurlijke leefomgeving meer, want er zijn geen bewoners meer. Het
zal jaren kosten voordat het bodemleven weer opgebouwd is. En dan is
het tijd voor de volgende schoonmaakbeurt. Maar misschien spelen
ekologische principes dan wel een rol in de aanpak.
17 Juli 2004
Damastbloemen in het
Twiske
Het is geen weer om naar het Twiske te gaan – als je gaat om
te zonnen. Voor een wandeling of fietstocht door de natuur van het
Twiske ligt dat anders. Koud en guur of niet, voor planten en vogels
is het Mei, en er valt veel te zien en te horen. Vanmiddag heb ik een
lange wandeling rond de Stootersplas gemaakt.
Als ik in de bosjes liep werd ik de hele tijd vergezeld door
vogelgezang, van Winterkoninkje en Roodborst, van Tuinfluiter, Fitis
of Vink. Op de weilanden minder zangvogels, een enkele keer een
VeldLeeuwerik. Wel veel watervogels. Bijvoorbeeld een grote groep
Grauwe Ganzen, waarvan vier of vijf paren jongen bij zich hadden. Tien
jaar geleden waren broedende Grauwe Ganzen nog een zeldzame
nieuwigheid in Noord-Holland. Je moest ervoor naar de driesprong bij
Marken. Nu zijn ze gewoon geworden, en broeden ze op veel geschikte
plaatsen.
Mijn bijzonderste waarneming van vandaag was een plantesoort. In de
Blokken vond ik grote groepen planten met opvallende paarse of witte
bloemen, meer dan een halve meter hoog, met stevige bladeren. Ze leken
wel wat op Radijs, maar daarvan is het blad anders. Na flink zoeken in
mijn flora vond ik dat het Damastbloem is. Het is een verwilderde
sierplant uit Midden en Zuid Europa, maar hier in het Twiske voelt hij
zich duidelijk op zijn plaats. Ik vond ze ook in de bosjes tussen de
sluis en het dagkampeerterrein.
In die bosjes vond ik ook Stinkende Gouwe. Op zich niets
bijzonders. Je vindt ze wel vaker, ook in de stad. Maar deze hebben
gevulde bloemen. Een vreemd gezicht; gevulde bloemen zijn niet
natuurlijk en passen daarom niet echt in het Twiske. Maar ze zijn wel
mooi.
Het Twiske heeft nog veel meer mooie planten, en ook vrij
zeldzame. Op veel plaatsen bloeien nu de Ratelaars. Hier heel gewoon,
en ieder jaar weer te bewonderen. Maar buiten natuurgebieden vinden
Ratelaars en veel planten waar ze mee samengroeien geen plaats
meer. Het Twiske heeft veel voedselarme natte terreinen, en is
daardoor niet alleen een belangrijk rekreatiegebied maar ook een
bijzonder stuk natuur.
22 Mei 2004
Het verdronken bosje
wordt een prachtig bosje
In de lente van 1999 bood het verdronken bosje een trieste
aanblik. Vrijwel alle Populieren waren doodgegaan. Door de hoge
waterstand in dit bosje stonden ze er in de voorgaande seizoenen al
niet zo goed bij. Nu was de nattigheid ze blijkbaar fataal
geworden. In de winter van 2000 was de afbraak verder
voortgeschreden. Van alle dode bomen was de top eruit geknapt en lag
op de grond. Het bosje bestond bijna alleen nog maar uit dode
staken.
Het verdronken bosje is perceel f in bosvak 5 van het Purmer Bos.
Bosvak 5 is het meest zuid-westelijke stuk van het bos, tegenover de
Gors Zuid. Perceel f is het bosvak achter de stallen naast Huize
Oosterlicht aan de Westerweg.
Meteen na de fatale winter van 1999 grepen allerlei kruiden hun
kans. Kluwenzuring, Blaartrekkende Boterbloem, Moeraskers,
Ridderzuring en grassen maakten gebruik van het onverwachte licht en
vestigden zich snel.
Na de kruiden hebben ook de struiken de nieuwe levenskansen
ontdekt. Wat aan de andere kant van dit bosperceel, in de rietvelden
tegen de ringdijk aan, niet lukt, lukt hier wel. Het terrein wordt
snel overgenomen door bomen en struiken. Er groeien Hazelaar,
Amandel-, Kat-, en Grauwe Wilg, Spaanse Aak of Veldesdoorn, Zwarte
Bes, Vogelkers, Zomereik, Gelderse Roos, Hondroos, Sporkehout,
Wegedoorn en Vlier.
Nu, lente 2004, ziet het verdronken bosje er niet verdronken en
triest meer uit. het is hard op weg om een prachtig bosje met een
afwisselende struiklaag te worden. Op dit moment bloeien de
Vogelkersen en Amandelwilgen, en minder opvallend de Zwarte Bessen en
de Veldesdoorns. De bloei van de struiken begon al aan het einde van
de winter, met de bloei van de Hazelaars. In de vroege lente bloeiden
de Grauwe en de Katwilgen. In de zomer zullen de andere struiken
bloeien, de Gelderse Roos, de Hondsroos en de Vlier. Sporkehout en
Wegedoorn bloeien dan ook, maar minder opvallend. De bodemvegetatie is
inmiddels overgenomen door grote jongens: Brandnetel, Akkerdistel en
Kleefkruid. Dat zijn geen schoonheden, maar de Brandnetel is een goede
waardplant voor de rupsen van een aantal soorten Vlinders.
Voor een bosperceel in een rekreatiebos is de natuur hier goed
bezig. De boswachter kan het niet verbeteren.
5 Mei 2004
De laatste vogeltocht
van deze winter
De late vorstinval gaf mij de gelegenheid om op de laatste dag van
de meteorologische winter nog een wintervogeltocht te maken.
Het eerste deel van mijn route loopt over de dijk van de Gouwzee,
van Monnickendam naar de driesprong aan het begin van de dijk naar
Marken. Dit is een traditioneel onderdeel van mijn
wintervogeltochten. Als altijd is dit onderdeel koud: Je staat hoog op
de dijk, en de noord-oosten wind blaast over de ijzige watervlakte
recht in je gezicht. Maar je hebt hier een uitstekend uitzicht op
de overwinterende watervogels, en daarom trotseer je deze barre
omstandigheden. Met de zon in je rug heb je soms prachtig licht en zie
je de kleuren en tekening van de vogels goed.
Het heeft niet zo hard gevroren, dus het water ligt open. Maar de
noord-oosten wind blaast al het ijs dat er is deze hoek in. In de
inhammen tegen de dijk ligt enkele meters ijs bestaande uit losse bij
elkaar gedreven brokjes. De flinke golven laten de brokken voortdurend
tegen elkaar schuiven. Als er weinig verkeerslawaai is, kun je het
bewegende ijs horen.
Zoals meestal 's winters liggen er ook vandaag heel wat eenden op
het water. De meeste zijn vandaag Smienten. Vaak verblijven die
binnendijks, maar de vorst heeft delen van de Aeën en Dieën
bedekt met een dunne ijslaag. Er liggen ook flinke groepen
Tafeleenden. Van de andere wintergasten zijn niet veel dieren over. Ik
zie drie mannetjes Nonnetje, prachtig en opvallend wit, en
één vrouwtje, met de nonnenkap. Ik zie ook nog enkele
mannetjes Brilduiker, ook erg wit, maar met een donkergroene kop met
de opvallende witte brilleglasvlek. Veel is het niet, maar het is
altijd leuk om deze watervogels te zien.
Ik zie enkele eenden dicht tegen een rietzoom liggen. Even kijken,
een paar Wilde Eenden, en ja hoor, twee mannetjes Wintertaling. Daar
hoopte ik op. De zon schijnt mooi op ze, en ik kan de tekening goed
zien. De creme-gele driehoek bij de staart licht helder op.
Op het buitendijkse land bij de driesprong is het druk met
vogels. Er zijn heel wat Kieviten. Sommige lijken zich meer bezig te
houden met het komende broedseizoen dan met de huidige
vorstperiode. Ze vliegen rond en roepen om hun territorium af te
bakenen. Maar de meeste van deze vogels zullen nog wel verder moeten
trekken. De kieviten zijn vergezeld van een groot aantal
Goudplevieren. Ze rennen heen en weer op zoek naar voedsel.
Van de driesprong ga ik naar Uitdam. Aan de landkant, zowel
vóór als na de driesprong, zie ik grote groepen
Ganzen. Veel Kolganzen en vrij veel Brandganzen. Op veel plekken ook
kleine groepjes Grauwe Ganzen. Af en toe vliegen er grote groepen
Ganzen in de lucht, druk naar elkaar roepend. Het zijn er wel
duizenden. De Kol- en Brandganzen zullen over enkele weken naar hun
broedgebieden vertrekken. Veel van de Grauwe Ganzen broeden
waarschijnlijk in dit gebied. Op het water zie ik nog een flinke groep
Kuifeenden.
Van Uitdam gaar de tocht door de polder naar Zuiderwoude. Ook hier
overal Ganzen. Ik zie weer een grote groep Goudplevieren, vergezeld
van Kieviten. Een groep Spreeuwen daar in de buurt kwettert er druk op
los, zoals gewoonlijk.
Het laatste stuk naar Zuiderwoude gaat recht tegen de wind in. Dat
is toch wel erg koud. Ik heb het wel gezien. Veel Smienten en weinig
andere overwinterende eenden, grote groepen Ganzen, twee flinke
groepen doortrekkende Goudplevieren en Kieviten, en een paar Kieviten
die zich al opmaken voor de komende lente en het broedseizoen. Een
leuke tocht met veel waarnemingen.
29 Februari 2004
Het Purmer Bos door de
stormen heen
Vandaag heeft het weer flink gestormd. Wat voor schade daarbij
aan de bomen van het Purmer Bos is aangericht heb ik nog niet
gezien. De stormen van de afgelopen weken hebben hier en daar wat
bomen omgeworpen, niet erg veel.
Er zijn een paar bosvakken waar de Populieren het uiteindelijk
niet goed doen. ‘s zomers hebben ze niet veel blad, de stammen
blijven dun, en er gaan er heel wat dood. In die vakken zie je heel
wat afgerukte takken of afgeknapte toppen. De recente stormen hebben
daar hun bijdrage aangeleverd. In het noordelijke, oudste deel liggen
enkele van die vakken: het vak langs de Westerweg, het vak langs het
hoofdpad het bos in bij het fietspad dat van de Purmerweg afkomt, en
een stel vakken waar het oostelijke pad doorheen loopt.
De stormen hebben ook enkele spektakulairdere slachtoffers
gemaakt. Twee bomen die langs de kant van een sloot stonden, zijn met
wortelkluit en al omgerukt, met als gevolg een grote hap uit de
oever. Eén van bomen lag over het pad en is afgezaagd; nu hij
zijn last kwijt is is het restant weer omhooggeveerd, en heeft het
geslagen gat weer opgevuld. De andere boom ligt nog zoals hij is
omgevallen; de omhoogstekende kluit en het gat in de oever bieden
levenshoekjes voor dier- en plantesoorten, en dragen zo bij aan de
verscheidenheid van het bos.
Ook elders zijn enkele bomen met kluit en al omgegaan.
Waarschijnlijk was het een slechte zaak voor de bomen dat het de dag
voor de storm zwaar geregend had. Daardoor gaf de klei meer mee, en
bood minder houvast aan de wortels.
8 Februari 2004
Helleborus
Er zijn ook maar een paar soorten kruiden die om deze tijd
bloeien. Sneeuwklokjes zijn juist in bloei gekomen, Crocusjes staan op
het punt te gaan bloeien. Dat zijn de bekenden. Maar kent U de
Helleborus, waarvan de Nederlandse naam Nieskruid is? Ze worden
vrij veel aangeplant in tuinen. De bloemen zijn vaak groenig of gelig,
waardoor ze niet opvallen.
Het zijn enkele decimeters hoge planten met stevige, vaak
donkergroene bladen. Een bekende Helleborus soort is de
Kerstroos, Helleborus niger. Niet de soort die rond Kerstmis
met rode bloemen in de huiskamer bloeit. (Ik weet niet hoe die zich
verhoudt tot deze Kerstroos.) Maar een soort die nu in de tuin bloeit
met witte bloemen. Er zijn wel 20 soorten Helleborus en nog
veel meer hybriden. De meeste bloeien met groen-gele of wit-gele
bloemen, andere soorten hebben donkerpaarse bloemen. Altijd zijn de
bloemen stevig, en staan ze op stevige bloemstelen. Je moet er even op
letten, maar dan vind je ze zeker mooi, net als de vele tuinbezitters
die ze aanplanten.
8 Februari 2004
Toverhazelaar
Er zijn maar een paar struikesoorten die midden in de winter
bloeien. De Winterjasmijn staat in vrij veel tuinen. Ik vind het
prachtig dat hij om deze tijd bloeit, maar verder ben ik er niet zo
van onder de indruk. Zijn vorm is wat smal, wat ielig, en zijn
bleekgele kelkjes langs de groene takken dragen toch niet zoveel kleur
bij aan de vale winterdagen.
Misschien ben ik niet gauw tevreden. Maar ik heb dan ook een
alternatief. De Toverhazelaar of Hamamelis is veel mooier, en
ook veel zeldzamer. Ik herinnerde me dat er enkele jaren geleden
één stond in Dotterbloem. Onlangs ging ik kijken of ik
hem nog kon vinden. En ja hoor, hij staat er nog, in volle glorie,
meer dan 3 meter hoog. Alle takken zitten vol met bloemkluwens: met
vier smalle dooiergele reepjes kroonblad zijn de bloemen heel apart en
geweldig mooi.
Op dezelfde tocht vond ik er nog een, aan de Koogsingel. Ook
deze bloeide mooi, maar hij was veel kleiner. Blijkbaar was hij enkele
jaren geleden de ruimte die hem was toegemeten ontgroeid, en had men
hem flink ingesnoeid. Begrijpelijk, maar als je hem zo in de winter
ziet bloeien, toch ook doodzonde.
Het enige wat je moet doen is een Toverhazelaar planten op een
plek waar hij de ruimte heeft om uit te groeien, en hem geduldig laten
groeien. Maar ja, wie heeft er tegenwoordig nog ruimte en geduld? Ik
niet.
8 Februari 2004
Copyright © Simon Pepping 2004–2008